Hoe kunnen wij u helpen?

Rita wil nog genieten

Wijkzorg diensten

Het idee dat de dood zo dichtbij is, went niet

In het kader van de Dag van de Palliatieve Zorg op 8 oktober vertelde Rita Decker aan verslaggever Annelies Hendrikx van Dagblad de Limburger / het Limburgs Dagblad hoe ze, ondanks die nabijheid van de dood, opbloeide in het Maastrichtse hospice Trajectum, onderdeel van Envida. „Het is hier fan-tas-tisch.”
 

Toen oen ze hier kwam woog ze nog 39 kilo. En nu – op het moment van dit gesprek is ze tien dagen hier - al 40,5! Rita Decker (67) woont in het intieme en warme Hospice Trajectum in Maastricht. Dat is natuurlijk geen goed nieuws, maar ze is hier zowaar opgebloeid, zegt ook haar partner Joachim Wilbers. „Thuis zat ze als een dood vogeltje in een stoel, je gaf geen cent meer voor haar. Het gaat hier een stuk beter. Er zit weer leven in.”

Rita: „Ik kwam hier en er stond een ontvangstcomité klaar, echt ongelooflijk. Maar ik ben eigenwijs he, wil dingen zelf doen. Ben altijd zelfstandig geweest, een beetje rebels. Ik ga wel zitten wanneer ík dat wil. Nu respecteert iedereen dat hier. Ik wil nog zo veel mogelijk genieten. Dat kan hier in alle rust en in mijn eigen tempo. Je mag jezelf zijn. Het is in één woord fan-tas-tisch.”

Chemokuren
Rita, geboren Antwerpse maar ruim dertig jaar geleden door de liefde naar Maastricht gelokt, heeft kanker. Onduidelijk is welke soort. Schild- of alvleesklier. Met uitzaaiingen. De diagnose kwam in augustus 2014 en twee jaar werd ze blootgesteld aan chemokuren. „Ik werd daar zó ziek van. Dat je je haar verliest, nou en? Maar ik werd zieker van de chemo dan van de ziekte.”

Dat weerspreekt Joachim stellig: „Zonder chemo had je januari 2015 niet gehaald.” In elk geval besloot Rita deze zomer de behandelingen te stoppen en werd daarin gesteund door haar man. Haar zoon - uit een eerdere relatie - had daar in eerste instantie weinig begrip voor en vertoonde ontwijkend gedrag. „Maar het is mijn leven, ik voel wat ik voel, dat kan iemand anders zich niet voorstellen. Mijn kleinzoon snapte het beter. Mijn zoon heeft zich er nu ook bij neergelegd. Ze komen hier ook geregeld op bezoek.”

Rondleiding
Rita maakte een afspraak met haar huisarts: „Hij helpt me als het echt niet meer gaat. Het zal aflopen zoals ik wil.” Ook regelde hij een rondleiding in het hospice en ze was meteen verkocht: hier wil ik heen, dacht ze. „Ik moest even wachten natuurlijk, er zijn maar zes kamers. Met de andere bewoners heb ik nog niet zoveel contact. Het zijn eigen wereldjes, die kamers. Ik heb wel veel contact met de zorgmedewerkers en de vrijwilligers, iedereen is spontaan en zo lief. En ze hebben geduld met me.” Joachim vult aan: „Ik heb grote bewondering voor de mensen die hier werken.”

Nu is het najaar 2016 en Rita maakt zo’n levenslustige indruk dat het niet is te voor te stellen dat ze hier is om te overlijden. „De dokters kunnen niet voorspellen wanneer. Ik heb een mooi leven gehad. Ik ben me heel bewust van de reden waarom ik hier ben. Maar het idee dat de dood zo dichtbij is, went niet..”

Veertig jaar heeft Rita in de horeca gewerkt. Daar heeft ze Joachim leren kennen, in een Antwerpse kroeg. „Ik kook ook dolgraag, ik maak de lekkerste dingen voor hem.” Dat beaamt Joachim, maar tekent daar wel bij aan dat Rita zelf amper eet. „Mijn reuk en smaak zijn weg.” Om iets terug te doen voor de mensen in het hospice had ze laatst voor hen gekookt. „Ze stonden met open mond te kijken.”

Veilig
Tegen de pijn slikt ze kleine morfinepilletjes. „Neem die voordat je pijn krijgt, zei de dokter. Dus dat doe ik braaf. Ik ben nog nooit zo braaf geweest”, lacht ze. Rita voelt zich hier veilig: „Je deur hoeft niet op slot. Ik heb me als het ware terug getrokken, maar wel met alle denkbare comfort. Het is hier mooi en gezellig; iedereen laat me mijn ding doen. Ze respecteren mijn wensen.”
Over wensen gesproken: de mensen van het hospice wezen Rita op het bestaan van de stichting Wensambulance, die vervoerswensen van ernstig zieke mensen vervult. „Voor als ik nog eens naar Antwerpen zou willen. Maar als ik naar Antwerpen wil, komt mijn zus me wel halen.”

Wensambulance
Ze woonde met Joachim jaren in Zuid-Spanje, waar hij werkte als zelfstandige IT’er. Totdat het werk daar opdroogde en ze wel terug móesten naar Nederland. „We hebben het vertrek zolang mogelijk uitgesteld. Kwamen hier aan met alleen handbagage. Ik heb geen heimwee naar Antwerpen, maar wel naar Spanje.” Met de maximaal 400 kilometer van de Wensambulance redt ze dat niet en elke kilometer extra kost 50 cent. Dat geld heeft ze niet. Hoopvol: „Maar voor logies en eten voor het eventueel meereizende personeel kan ik zorgen, ik heb nog genoeg connecties in Andalusië. Daar zou ik héél graag terug willen. En dan daar doodgaan.”

Dit verhaal is gepubliceerd met goedkeuring van Dagblad de Limburger / het Limburgs Dagblad.

DEEL DEZE PAGINA OP
onze clienten vertellen
Het idee dat de dood zo dichtbij is, went niet
In het kader van de Dag van de Palliatieve Zorg op 8 oktober vertelde Rita Decker aan verslaggever Annelies Hendrikx van Dagblad de Limburger / het Limburgs Dagblad hoe ze, ondanks die nabijheid van
Lees meer
onze clienten vertellen
‘We zitten graag op ’t Vrijthof.’
Met mooi weer, zoals vandaag, zitten Pierre en Lieke Willems uit Maastricht graag buiten. Het liefst drinken ze een kop koffie op het terras. Ze praten dan over van alles en nog wat.
Lees meer
onze clienten vertellen
'Ik hou niet van stilzitten'
Ze koos voor Lenculenhof omdat haar vriendin, met wie ze al 32 jaar bevriend was, er woonde. Inmiddels woont Rie Franssen- van den Heuvel al bijna zes jaar in het zorgcentrum.
Lees meer
|